De spanning van je draad bepaalt hoe strak je steken worden. Haak je erg los, dan wordt het werk groter en soepeler; haak je erg strak, dan kan het kleiner en stijver uitvallen. Een proeflapje helpt om de stekenverhouding van je patroon te controleren.

Probeer deze tips voor gelijkmatige steken:
Pas je haaknaald aan. Zijn je steken te strak of is je proeflapje te klein? Probeer een grotere naald. Bij te losse steken kun je een kleinere proberen.
Haak zo regelmatig mogelijk. Trek de draad niet telkens harder of zachter aan. Oefen eerst met een proeflapje.
Kijk naar je garen. De dikte en structuur van het garen beïnvloeden je steken. Test opnieuw wanneer je van garen wisselt.
Vind een comfortabele greep. Probeer hoe je je draad en naald vasthoudt. Een ontspannen houding helpt je een gelijkmatig ritme te houden.
Neem pauzes. Bij lang achter elkaar haken kan je houding en spanning veranderen. Strek je handen en geef je ogen rust.
Span je werk op wanneer dat past bij het materiaal. Blocken kan kleine verschillen in vorm verminderen. Controleer eerst het wasvoorschrift van je garen.
Regelmatige spanning komt met oefening. Vergelijk je proeflapje met het patroon en pas waar nodig de naaldmaat aan.